Daar zijn we dan, veilig geland in IJsland. Hebben een goeie vlucht gehad, zaten bij de nooduitgang dus lekker veel beenruimte. Bij het naderen van de luchthaven van Keflavik zie je, in de winter althans, waarom het eiland IJsland is genoemd, het is hier wit! Je ziet vanuit de lucht de sneeuw en het grijze water, enkel onderbroken door de doorgaans wel begaanbare ringweg. Hier en daar een huisje en bij een clustertje huizen een kerkje ernaast. Iets verder in het landingsproces onderbroken door de agglomeratie van Keflavik, met in de verte Reykjavik. Het eiland is ongeveer 3x zo groot als Nederland, maar heeft evenveel inwoners als de stad Utrecht. Overigens werd het pas bevolkt toen de Noren hier rond 870 kwamen.

De huurauto is opgehaald, een robuuste Suzuki Grand Vitara in kittig rood, uiteraard met winterbanden en four wheel drive, wel nodig hier. We zitten eerst 1 nachtje in het Ace Guesthouse nabij de luchthaven en gaan dan morgen naar het noorden, naar Skagaströnd. Daar hebben we een hut voor 4 nachten, om dan nogmaals terug te keren voor 2 nachten hier in het Guesthouse. Er is daar geen wifi, dus nu alles nog opzoeken wat we nog wilden opzoeken. Straks boodschappen doen (eens kijken hoe de prijzen hier zijn), wat eten in Keflavik en eens kijken hoe het er hier uitziet. Bij donker weliswaar, maar toch. Het wordt hier ’s ochtends pas rond half 11 licht, vertelde de mevrouw van het Guesthouse, in het noorden is het zelfs nog een uur langer donker!